Gegevensverwerking is gerechtvaardigd onder Burgerlijk Wetboek 4 Artikel 225 en de Wet Bescherming Persoonsgegevens Artikel 8. 

"Burgerlijk Wetboek 4 Artikel 225

1. Wanneer niet alle erfgenamen bekend zijn of daaromtrent onzekerheid bestaat, is een vereffenaar verplicht door oproepingen in veel gelezen dagbladen of door andere doelmatige middelen de erfgenamen op te sporen.

 

2.Is een vereffenaar benoemd omdat de nalatenschap geheel of ten dele onbeheerd werd gelaten, dan neemt de vereffening een einde, zodra alle erfgenamen het beheer hebben aanvaard en de reeds gemaakte kosten van vereffening hebben voldaan." 

 

"Grondslag voor de gegevensverwerking (uitwerking artikel 8 Wet Bescherming Persoonsgegevens)

 Wettelijk kader

Een gegevensverwerking is slechts gerechtvaardigd indien één van de in artikel 8 WBP genoemde verwerkingsgrondslagen van toepassing is.

Voor de sector particuliere onderzoeksbureaus zijn de volgende verwerkingsgrondslagen het meest relevant:

 

a)De gegevensverwerking is noodzakelijk voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van de verantwoordelijke of van een derde aan wie de gegevens worden verstrekt, tenzij het belang of de fundamentele rechten en vrijheden van de onderzochte persoon, in het bijzonder het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, prevaleert (artikel 8 aanhef en onder f WBP);

 

b)De onderzochte persoon heeft voor de verwerking zijn uitdrukkelijke toestemming gegeven (artikel 8 aanhef en onder a WBP);

 

c) De gegevensverwerking is noodzakelijk om een wettelijke verplichting na te komen waaraan de verantwoordelijke onderworpen is (artikel 8 aanhef en onder c WBP);

 

d)de gegevensverwerking is noodzakelijk ter vrijwaring van een vitaal belang van de onderzochte persoon (artikel 8 aanhef en onder d WBP)"

Bron http://wetten.overheid.nl/BWBR0010256/2016-10-01